liefsbeth. liefsbeth.

BLOG

THE FALLFARM

November 1st, 2016

In de auto, richting the farm, probeer ik mijn Engels op te smukken door gedichten van de ‘Mad Farmer’[1]  voor Augo voor te lezen. Geen poëzie omschrijft de schoonheid van het Nerbaskaanse platteland in de herfst. Onze schamele poging tot het poëtische omschrijven ervan ‘firework in the trees’, wordt gelukkig snel vergeten aangezien we bruusk moeten remmen om drie white taled deer te laten oversteken.

Grindwegen leiden ons tussen bruin geblakerde heuvels waar zwarte miniatuur koetjes grazen, met wat hooibalen aan de horizon en hier en daar een klein oud houten schuurtje. De droge maïsvelden zijn klaar om geoogst te worden. Af en toe weerkaatst de ondergaande zon op een graan silo.

De ‘skylo’ glanst niet maar reikt hoog boven de okergeel gekleurde cottonwood trees van Ross Brockleys’ land uit. Ze wordt gebruikt als logeerkamer (momenteel voor enkele vleermuizen) en een uitkijktoren voor UFO’s.

Met een laddertje dat meters boven de begane grond zweeft, is de skylo verbonden met de Barn, die in de linkerzijde over onze woonst ‘de studio’ beschikt. Augo en Ross stofzuigden twee dagen non-stop (of met een kleine bierpauze) om spinnenwebben, stof, muizenstrontjes, … tijdelijk te laten verdwijnen. Vanuit ons bed kijken we door de muggengaasdeur recht uit op de lower garden. Deze ziet er droog uit, maar het ligt niet aan de herfst want als je door de lower garden loopt hoor je het geruis van honderden wegspringende sprinkhanen om je heen. Zoals vele Nebraskaanse bio-boerderijen, had de farm dit jaar zwaar te kampen met een sprinkhanenplaag die ongenadig aan alle groenten knabbelt tot ze net niet meer geschikt zijn voor de markt. Een plaag waar permacultuur nog geen oplossing voor vond.

 De dag begint meestal met een bezoek aan het mobiele kippenhok. Een fantastisch staaltje permacultuur waar kippen de onwelgekomen insecten (helaas geen sprinkhanen) opeten. In ruil voor gratis voedsel scharrelen ze onkruid weg, eten ze onze voedselresten op en schenken ze ons de witste bio-eitjes. Helaas, treffen we af en toe een hoopje veertjes aan dat verwijst naar een weggeplukte kip door een red-tailed hawk.

Voor de laatste CSA (voedselteams) graven we met z’n drieën zoete aardappelen op uit Ross’ hugelkultures[2]: een waterhoudende, composterende heuvel gevuld met hout die erosie en droogte tegengaan en voor een rijkelijke oogst zorgen.

Op de achtgrond grazen de drie lama’s de laatste groene grasjes van tussen het pluizige koren. Drie vierden van Ross’ land en binnenkort ook mijn sokken is met prairiegras begroeid.

De lama’s waren de permanatuurlijke verdediging van geiten tegen coyotes, behalve spuwen kunnen lama’s behoorlijk hard schoppen.

Ik ben momenteel verantwoordelijk voor de defence (prikkeldraad losknippen en oprollen) voor het toekomstige gezelschap van de lama’s; de koeien.

Op verantwoordelijkheden na is er veel tijd voor kleine projecten zoals een bakstenen vloer in het houten outhouse (ons toilet dat bestaat uit een gat in een plank, maar voor uitstekende mest zorgt) aan te leggen. Een nieuwe deur timmeren om de kippen niet enkel van roofvogels maar ook van vossen te beschermen.

Overal op de boerderij word ik gevolgd door negen gezellige, kakelende kalkoenen. Ze eten smakelijk van onze helloweendecoratie, leggen drollen op Augo’s voorruit, snuisteren in ons huis, slapen op de porch en na een hete zweterige dag, nemen we samen een solarshower met zicht op de vijver en verwelkte zonnebloemen. Net als de varkens die we vorige week slachtten, zullen de kalkoenen er tegen Thanksgiving aan moeten geloven. Gelukkig en ontwetend scharrelen ze nu nog tussen de bloeiende hempplants.

Hennep is hier een ingevoerde plant die door de regering verboden wordt omdat het ooit een te grote concurrent van katoen was. Ross zaait en oogst ze graag als ‘kalmerend medicijn’.

De warme indian summer  dwingt ons in shorts en sandalen, tot de eerste vorst wordt voorspeld. Ik pluk snel de laatste ietwat gekleurde tomaten en probeer de overvloed om te zetten in bokalen zongekuste tomaten. Augo, Ross en Hogleg roken, met een pintje in de hand, de geslachte varkens.

Ross en zijn knappe vrouw Barb sluiten het oogstjaar steeds af met een heerlijk zelfbereid, biologisch feestmaal en een croquet toernooi. Na veel voorbereiding en oefening verliezen ik en vele anderen 5 dollar aan Augo die trots de medaille mag ontvangen en ze de komende dagen niet meer af doet.

’s Ochtends loeit het tornado-alarm ons wakker, het is een test want de warme dagen verdwijnen en hevige winden steken op. Ze worden aangesterkt door de grote open vlaktes van Nebraska. Barb en Ross glijden langzaam in hun winterslaap en spenderen weldoordacht de nacht in hun huis in de stad. Augo en ik hangen doeken voor ons muggenraam, zetten bokalen onder de lekken in onze schuur. Warm en veilig onder vier dekens horen we het geluid van donder en stortregen plaats maken voor gehuil van coyotes die de resten van het geroosterde varken komen zoeken. Het klinkt als een bende hysterische tienermeisjes die gillen voor een idool. Een uil tracht hun gehuil te overstemmen, maar enkel Mabel, de boerderijhond, slaagt erin de coyotes het zwijgen op te leggen. Het wordt een korte nacht, want vroeg in de ochtend krabbelt een wasbeer over ons dak en bij het eerste rozige zonlicht wekt het concert van honderden migrerende roodborsten ons uit een diepe slaap.

Met blos op de kaken en koude tenen laten we de gulzige kippen vrij op de verse regenwormen. Voor de voordeur vinden we wasbeer- en coyote afdrukken in het slijk, het slijk dat onze schoenen loodzwaar maakt.

Het lijkt alsof de winter is aangebroken. Ondertussen weet ik, dat het weer zo varieert dat ik binnen de dag mijn warme overalls mag inruilen voor een bikini.

De mistbanken verdwijnen en langzaam verschijnen verschillende tinten herfstblaadjes … ertussen, rustig palaverend wandelen Ross en Augo over de hugelkultures. De twee verpersoonlijkingen van Barry Wendells tegenreactie op de hedendaagse maatschappij. Ik deel de farm met twee Mad Farmers, en het is nog poëtischer dan zijn gedichten.

 

[1] Wendell B. (2008), The Mad Farmer Poems,

[2] https://www.youtube.com/watch?v=RYwZ36cF8io

�y�H����9i