liefsbeth. liefsbeth.

Blog

May 25th, 2017

Radishes, Ringo, ran out of ink

THE STONY PONY HAS BEEN BUSY

May 25th, 2017

Nebraska is grijs, kaal en klaar voor de winter. In Kansas hebben de bomen nog hun herfstjasje aan. Oklahoma heeft zomerse temperaturen en in Texas  is - in tegenstelling tot mijn verwachting – alles groen. De enige visuele gelijkenis met Nebraska zijn de pluizige grasvelden voor het cattle. Maar in het heuvelachtig Hill Country is de grootte van de Ranches moeilijk te bevatten omdat de pastures  worden onderbroken door blauwe riviertjes, heuvels, dicht begroeide cederbossen en sprookjesachtige angels oaks. Nebraskaanse zwarte koeien lijken de miniatuur vorm van het Texaanse vee. De hoorns van een volgroeide Longhorn hebben een spanwijdte van minstens een meter. Met die hoorns proberen ze zich een weg te grazen tussen de evengrote cactussen en agaves.

Anna en Ringo’s ranch “the Stony Pony”  is ‘slechts’ 10 acres groot. Ze kochten het van een overleden ezelboer. Het is evenwaardig aan de schoonheid van het Hill Country maar het is zoeken naar een speld in een hooiberg als je een grasspriet wilt vinden. Ze werden door de vorige grazers met wortel en al weggerukt waardoor de ceders geen rivalen meer hebben en het landschap snel domineren. Een gekend/problematisch Texaans fenomeem dat overbegrazing wordt genoemd.

Aan de gigantische hopen hakselhout blijkt dat al heel wat ceders sneuvelden, maar het grondgebied van de Stony Pony is nog steeds omheind door dichtbegroeid en ontoegankelijk –voor mensen- cederbos. Herten, coyotes, vossen, wilde kalkoenen vinden hun weg gemakkelijk naar binnen en hun twee paarden breken zich gemakkelijk een weg naar buiten. Gelukkig is het domein ook afgebakend met een labiel hek van prikkeldraad en een grote rode gate met een bordje erop ‘WAIT UNTIL GATE CLOSES’.

We vierden Kerstmis in de nodige schaduw van de eik aan de picknickbank in de achtertuin. De ‘Kerstman’ bracht mij een vogelvoederbakje dat Augo maakte om mijn heimwee naar de Maïsstraatmeesjes te verminderen. Zo worden we nu elke ochtend gewekt met gediscussieer tussen de Titmice,  de Red Kardinals, Carolina Wrens  en een brutale eekhoorn om het beste plekje in de voederbak. Naast de voederbak kreeg ik ook een toolbelt, met a hamer, a square, a tapemeasure, a  Texan flipknife, work gloves and garden gloves. Een mooie inleiding voor wat mij de komende maanden te doen staat: helpen bouwen aan een woodshop, horse barn en guesthouse, tuinieren en dieren verzorgen, in ruil voor huur en later een tijdelijk verblijf in hun guesthouse. De ideale bezigheid tijdens het wachten op een werkvisum.

Mijn eerste jobke is het markeren van steunbalken voor de vloer van de barn. Het moet stevig zijn, want het moet bergen hooi kunnen houden. Ondanks de eenvoud van de job, gaat het langzaam want alles meet anders; in yards, feet, inches, quarters of an inch and eights of an inch. Maar het duurt niet lang of ik cirkelzaag met gemak op een sixtheenth van een inch door op een two-by-four. Ik timmer aan de lopende band nagels in het plywood, schroef daken op de perlins en knip metalen siding voor de zijkant. Terwijl ik de lengtes van de boards en battons meet, zaagt Ringo ze in 45 graden en nagel ik ze aan de eerder geschroefde frame. Van het moment dat de woodshop ingericht en af is, heeft zich al een Wren met zijn vijf kleine jongen in Ringo’s fietshelm genesteld.

In het weekend helpen Augo en Anna ook mee. Anna en ik bouwen een binnenmuur in de barn met de overschot van al het hout, hangen hogfence en kippengaas aan de binnenkant zodat de hongerige paarden niet met hun benen vast geraken als ze stampen.

Angel is een sassy fjord pony met een dikke kont en een monogame relatie met eten. Ze werd ooit door een ander paard geschopt en heeft een stuk versplinterd bot in haar oogkas zitten waardoor haar ene oog wat verzakt is.  Kobee was in een vorig leven een Mustang, een wild paard dat de vlaktes van Nevada begraasde. Hij werd gevangen en in een foodlock gehouden tot een mishandelende eigenaar hem opkocht. Anna redde hem uit een asiel en na veel paardenfluisteraar momenten, training en therapie is hij eindelijk een berijdbaar maar nog steeds angstig paard. Hij schrikt van coboyhoeden en wind door je haar.

De zondaagse paarden taakjes zoals paardenstront samen harken of hun halter vasthouden terwijl Anna hun hoeven bijvijlt vond ik zeer spannend, ik had blijkbaar toch schrik van paarden. Maar Anna zou een geweldige hippo-therapeut zijn want dankzij haar spring ik nu op Angels onbezadelde rug voor een wiegend dutje en leid ik Kobee door een nauw cederbos met een flapperende sombrero op mijn hoofd.

De winter is zo warm, dat ik niet kan wachten met tuinieren. Ross’ afscheid boontjes schieten als vuurwerk uit wat aarde in oude eierdozen. Maar ik kan ze niet verplanten, want de moestuin is nog lang niet klaar. De vijf bestaande bedden werden vorig jaar op één nacht kaal gevreten door een bende herten. Elk klein zaadje dat durft te ontkiemen wordt de dag erna onthoofd door een hongerige hinde. Ze zijn overal, in de tuin, op de straat, langs de straat (roadkill), bij de bib, … Ze eten zelfs de bloemen van het kerkhof in het centrum van Wimberley.

Dus, alvorens we tuinieren, is er een 2,5 meter hoog hek nodig.

Om de kosten te sparen, worden cederstammen gebruikt als palen. Ringo verdwijnt met de kettingzaag in het bos, Augo, Anna en ik proberen gaten te graven door de klei en de stenen. Ik doe een uur over een gat van een halve meter diep en we hebben er dertig nodig. In de gaten komt een boomstam en beton. De dunnere stammen vormen de omheining van de groentebedden die we vullen met aangekochte aarde en compost uit onze grote composthoop. Ringo is een ervaren bio-tuinier en werkt voor de USDA (het officiële Amerikaanse bio-label). Hij is mijn compostmeester of zeg ik liever -magiër. Dankzij Ringo’s lessen en mijn tijd hebben we om de twee weken een lading van vijf kruiwagens zwart goud.

De belangrijkste les; draag geen sandalen als je de compost draait. Nu begrijp ik ook waarom de Kerstman mij truttige tuinhandschoentjes cadeau deed; overal zijn fire ants. Ze bijten met meer dan vijven tegelijk, het is pijnlijk, ze zwellen op, veranderen in kleine puistjes en blijven drie weken lang jeuken. Ik lijk terug de windpokken te hebben want mijn polsen en enkels zijn bedekt in rode bobbels en ik krab er als een bezetene aan. Fire Ants zijn voor sommige Texanen een bron van kunst. Door kokend aluminium in hun hoop te gieten en daarna de aarde eraf te borstelen krijg je een soort van omgekeerde miniatuur kerstboom als resultaat[1]. Ik zou het luguber vinden, maar ik heb nog weinig sympathie voor mieren over.

Eind februari is de moestuin klaar om beplant te worden. Het is soms tot 30 graden waardoor we alle scheuten direct in de aarde planten. Nog geen twee dagen later wordt ons ongeduld gestraft met een vriesnacht. De helft van mijn boontjes haalt het niet, de aardappelplanten zijn verdord, de paprika’s, tomaten en basilicum zijn allemaal dood. Het onkruid bleef leven, maar kreeg door de vriesnacht een prachtige ijsformatie en we accepteren het als een troost.

Zelf de weerman is verbaasd over de labiele staat van de het Texaans klimaat. Op een dag is het zo warm en vochtig dat je zweet op plekken waarvan je niet wist dat ze het konden. Pollen, insecten en aarde plakken erin, alles jeukt en je kan geen halfuur zonder een slok water. De enige echte afkoeling is zwemmen in de Blanco rivier op het einde van de straat (Augo is dan ook sinds kort enkel nog maar ‘river clean’). Plots kan er een wind opsteken en koelt alles af dat waardoor je je winterkleren moet bovenhalen. Vanaf maart zijn de vriesnachten voorbij, rijzen de temperaturen, vergezeld met heftige stormen die dennenbomen tot een limbo buigen en de Blanco uit de oevers doet treden. Ik leer dat Texas de staat is waar de meeste natuurrampen voorkomen.

De wildflowers openen hun blaadjes en de groene Texaanse heuvels veranderen in een kleurenpalet aan bloemen met even kleurrijke namen; blue bonnets, indian paintbrushes, mexican hats, red wine cups, …

Terwijl alles nu groeit en bloeit, vinden we elke ochtend eigenaardige putten in de bedden en zijn alle stenen van de bloemperkjes omgedraaid. We beschuldigen de kippen en ze worden uit de moestuin verbannen. Maar dagen erna blijven er meer putten vormen, en onze verdachten hun eten verdwijnt ’s nachts terwijl zij op stok zijn. Mussy ontdekt de schuldige en jaagt een wasbeer de boom in. Vanaf nu gaan de kippen en hun eten met slot en grendel op stok.

Waarom ze graven en geen wortels of aardappelen stelen blijft een mysterie. Ter verdediging van de kleine plantjes en zaadjes zetten we life traps. Een week aan een stuk rijden we elke morgen vijf mijl voorbij de Blanco om een gevangen wasbeer vrij te laten. De vreemde putten verdwijnen ook.

Water geven is een dagelijks ritueel van een half uur anders valt de aarde als zand uiteen. Maar aan fotosynthese geen te kort.  De radijzen zijn zo groot als golfballen, we eten waarschijnlijk elk pastinaakgerecht van de wereld en we moeten courgettes weggeven omdat we er drie per dag oogsten en we niet weten wat ermee te doen. Alles groeit zo snel, dat in mei de helft van de bedden geoogst en heraangeplant moet worden. Als we een bed opgraven, vinden we er honderden grubs (larven) in. De kippen verslinden ze in 2 minuten en de volgende dag hebben we twee eitjes met dubbele dooier, dat kan geen toeval zijn. Maar eindelijk is het mysterie van de gravende wasberen opgelost. Wie wil nu geen vette worm als avondeten?

De laatste loodjes (of paalhamers) wegen het zwaarst. Tijdens het vergroten van de omheining laat Ringo de paalhamer op zijn hoofd vallen. Augo en ik nemen over en het gaat een quarter inch dieper per klop. Twee dagen later ben ik nog stijf in mijn rug, heeft Ringo nog hoofdpijn en staan onze handen vol blaren… maar, de schuur, de tuin en de woodshop zijn af, de paarden hebben een nieuw en degelijk huis, we oogsten ons eigen groenten en ons werkmateriaal heeft een dak. Zoals gewoonlijk wordt elke avond een PBR of een Lone Star geopend om ons werk te bewonderen. Ondertussen heeft al een nieuwe generatie Wrens een nestje in de nok van de schuur gebouwd.

Het is tuinieren aan de lopende band en ondertussen verzamel ik bakstenen die overal verspreid over de tuin liggen. Een schorpioenensteek doet zeer en een slangenbeet is dodelijk, dus ben ik de Kerstman dankbaar voor mijn werkhandschoenen en mezelf voor mijn verslaving aan cowboy laarzen. De kolibries vergezellen de Titmice bij mijn raamuitzicht en achter onze camper probeert een pasgeboren hertje zijn eerste stapjes in de wereld te zetten. Summer is coming, de zon staat nu zo hoog, dat niet veel anders kan dan voor de airconditioner liggen. De hitte en Anna en Ringo’s budget en onenigheid over al dan niet een schouw maken het momenteel onmogelijk om een guesthouse te bouwen.

Het is bouwverlof in de Stony Pony. Ik teken, lees boeken, immigreer en probeer receptjes uit. Misschien is het zo erg nog niet dat we geen guesthouse bouwen.

[1] https://www.youtube.com/watch?v=IGJ2jMZ-gal

January 4th, 2017

HORROR AFTER HALLOWEEN

HORROR NA HELLOWEEN

January 4th, 2017

De porch wordt bespookt door een drie jaar oude Elmo, een weerwolf, Hagrid en Harry Potter en wel 10 prinsessen die met moeite ‘trick or treat’ kunnen uitspreken, laat staan uitvoeren. Ze worden achtervolgd door een bende bezorgde ouders die hun kussensloop vol candy meezeulen. We delen skittles en nerds uit en onze buurvrouw leeft zich uit als griezelige heks die kindertjes als avondeten serveert. Iedereen lacht en giechelt en niemand is echt bang van de witch at number 1123 of P-street. De heks waar de meeste Nebraskanen - of veralgemeen ik het tot Amerikanen - bang voor zijn heet Hillary. Haar naam wordt uit pompoenen gesneden en op kinderen hun grootste nachtmerrie-papiertje neergepend. De verkiezingen komen eraan, al twee fucking jaar lang.

Hillarysch was de oranje geblakerde presidentskandidaat met geel suikerspin op het hoofd. Met het vette wijzende worstvingertje en ideeën als muren bouwen en het ontkennen van climate change ging hij America opnieuw great maken. Augo zou naar België verhuizen bij het ludieke idee van Trumps overwinning. Zonder notie van het gevolg, hielp ik graag mee bij het bouwen van Trumps podium, want zoals vele anderen deelde ik af en toe eens een onnozel filmpje van Trumptrompet, het was dan ook zo grappig …

… tot hij als enige republikein overbleef, de democraten besloten Bernie Sanders te schrappen (al dan niet op een corrupte manier) en Clinton te promoten als de eerste vrouwelijke president van de V.S.

Het eerste debat tussen de twee kandidaten (de twee onafhankelijke kandidaten tellen niet mee) weergalmde door de gangen van de luchthaven. Het bestond uit vette vingerwijzen over gedelete e-mails en oogbal rollen over het imiteren van mentale gehandicapten en meisjes bij het kruis grijpen. Ik verkoos oordoppen boven deze zinloze discussie en kreeg de uitslag na twee dagen mieren neuken; Hillary won want ze had minder met haar ogen geknipperd. Dit is hoogstaande politiek en ik leer bij, want ik wist niet dat er een winnaar bij een debat was en het wordt in de V.S. soms als sport beoefend.

Terwijl de Cubs de world series proberen te winnen, wordt het sport evenement regelmatig onderbroken door FOX-reclames over de politiek. Hillary wordt afgeschilderd als een zombie die e-mails delete, aan parkinson lijdt, een alcohol probleem heeft en Trump ‘approves this message’. Af en toe krijgen we een compilatie van Trumps imitatie van de mentale gehandicapte of foefenknijper te zien en raar maar waar; Hillary approves this message.

Het tweede debat volgen we op de radio en het publiek kan zinvolle vragen stellen die hopelijk tot inhoud leiden. Zowel Donald en Hillary gaan in een nek aan nek race in het vermijden van de vraag of de kwestie en blijven slijk naar elkaar gooien. Het publiek doet er nog een schepje sensatie bovenop door overdreven te lachen of the applaudisseren en de moderator verliest de controle. Een beleid is er precies niet.

Nochtans weten de Amerikanen goed waarvoor de kandidaten staan en worden, zoals veel journalisten beweren, de gesprekken niet vermeden. Ze blijven helaas zonder diepgang. Een politieke conversatie start meestal met iemand die zucht: ‘Do we have to choose between bad and worse’ Eén ding waarover alle Amerikanen het eens zijn, is dat hun presidentskandidaten op niet veel trekken (opnieuw, de independent candidates tellen niet mee). Uit dit zinnetje kan je niet afleiden of  het een republikein of democraat is. Dan volgen de argumenten: ‘Je kan toch niet verwachten dat studenten niet meer hoeven te betalen voor hun studies, dat is onfair tegenover alle mensen die er wel voor betaald hebben.’, ‘Ik betaal geen social health care omdat mensen hun abortussen hiermee bekostigen.’ Dit zijn de one-issue-voters, die het overzicht kwijtspelen door één factor waar ze het echt niet mee kunnen vinden. ‘Ik heb niets tegen Mexicanen, ze pikken gewoon onze jobs in’ tot ‘Ik kan Hillary gewoon niet uitstaan’ en ‘Obama was een loser.’

Ondertussen gaat het niet meer om het beleid, maar lekt wikileaks corrupte assumpties over Hillary en haar democRATS, Trump en Washington. Ross overtroeft graag en deelt zijn ‘conspircay theory’ dat Hillary en Trump onder één hoedje spelen en hoogst waarschijnlijk een affaire hebben.

Uit gesprekken met vooruitdenkende tooghangers blijkt dat velen niet willen stemmen voor het betere slecht. Dan stemmen ze liever niet. Bovendien verdwijnt hun stem in het electorale rood van Nebraska en volgens veel Amerikanen zijn de verkiezingen zo corrupt als de regering zelf. Discussies over stemrecht, de onafhankelijke kandidaten helpen niet hen te overtuigen om toch te gaan. Wat hen doet twijfelen, is het plotse referendum om de afgeschafte doodstraf in Nebraska terug in te voeren.

We maken een pronostiek en ik gok op Hillary, Ross en Augo vrezen voor Donald. De eerste stemmen komen binnen, en ‘politieke analisten’ proberen nog wat te argumenteren met kinderachtige beledigingen terwijl staat per staat rood kleurt. Geen woord of stem wordt gerept over de independent candidates, er blijft in de cirkeldiagram een stukje wit gelaten en niemand heeft er vragen bij. Een democrate die bijna op janken staat probeert nog een betoog af te steken over de popular vote, maar tevergeefs, Trump wint. Ik kruip in bed met een mottige maag en een zwaar hoofd en Ross denkt dat ik verdrietig ben omdat ik ons pronostiek verloren heb, ik ben verdrietig omdat Trump gewonnen heeft.

De verkiezingen van de V.S. bezorgen veel Amerikanen nachtmerries. Ik ben nog geen Amerikaan, maar ik sliep niet goed en weet niet wat mij nu te wachten staat… mijn hoofd maalt en de kwaadheid vloeit door mijn aderen.

Ross heeft al een nieuwe mening klaar over Hillary die stervende is, niemand reageert maar zwijgt en staart naar zijn ontbijt.

‘Hoe kan je nu tegen sociale zekerheid zijn?!’ roep ik gefrustreerd. ‘Het is communisme, ze willen ons doen betalen voor chemo en maken ons alleen maar zieker…’ Ik word ziek van dit antwoord en slurp wat van mijn koffie en denk bij mezelf, moet ik hier nu het verschil tussen een federaal gesubsidieerd fonds dat borg staat voor je gezondheid en communisme uitleggen?

Eerst beschuldigde de (sociale) media de media voor alle onverdiende publiciteit van deze clowns en het echte belang van berichtgeving te banaliseren. Het duurde bovendien 2 jaar lang, Amerikanen zijn moe en stemmen om er vanaf te zijn. Wat leidt tot de volgende trend in de kranten; we moeten praten, de discussie aangaan, aan elkaar verduidelijken wat we denken en weten. Niet alleen aan de mensen met wie we het eens zijn, ook met de mensen met wie we van mening verschillen.

Nog wat dagen later was het gepermitteerd te denken dat het allemaal wel mee zou vallen. ‘Give the man a chance’ en ‘Het zal toch niet zo’n effect hebben op onze (witte Westerse ) levens’.

Ik betrap mijzelf erop, de meest passieve en egoïstische trend van de drie te kiezen want ik moet mijn frustratie temperen, ik moet vooruit en een plan maken en dat is gemakkelijker als je denkt, dat het allemaal goed komt. Facebook kalmeert mee…

… tot het politie geweld in Standing Rock toeneemt, meer ziekenhuizen in Aleppo gebombardeerd worden, journalisten worden opgepakt in Turkije en onze Poolkappen blijven smelten, ik Trumps policy eens grondig doornam … en mijn frustratie weer heel aanwezig door mijn aderen stroomt.

Ontkenning is niet het juiste wapen - ik bedoel de juiste verdediging - tegen de nieuwe president-elect en andere stommiteiten van de wereld. Als het Trump niet is, knaagt een ander probleem aan mijn geweten.

Sensibiliseren werkt wel maar het is niet evident en confronteert mij met veel vragen. Praten over politiek bevat praten over je normen en waarden, religies, persoonlijke ervaringen, trots …

Het is moeilijk om gesprekken aan te gaan waarin je zonder mensen hun waarden te beledigen je eigen waarden ophemelt of aan een zestig jarige Amerikaan uitlegt wat communisme is zonder dat zijn conclusie - Belgen zijn brutaal - is. Hoe informeer je jezelf op een correcte manier? Hoe weet ik of ik niet helemaal verkeerd denk? Hoe blijven mensen mij aanvaarden als we een volledige verschillende visie op de toekomst hebben?

Tijd gaat voorbij, en ik pieker… Plots is het oudjaar en we zijn uitgenodigd op een groot hipster feest. Er zoeft een motor door een vlammende hoepel en in een hoge boom hangen twee gigantische gouden testikels. Ze stellen het corporate, corrupte kapitalisme voor dat ons een jaar lang heeft ge-teabagd, om middernacht vallen ze naar beneden en nemen we in 2017 een nieuwe start, ik denk er ook klaar voor te zijn. Mijn voornemen is mezelf te sensibiliseren. Als ik vragen stel, leer ik bij en als ik gerichte vragen stel, leren we beiden bij en hopelijk breng ik zo bij tot een wijzere wereld (als dat al geen arrogante ingesteldheid is) en stiekem brengt het mij gemoedsrust.

Ohja, er is terug leven in de Nebraskaanse doodstraf geblazen.

$�P�2��

November 1st, 2016

THE FALLFARM

November 1st, 2016

In de auto, richting the farm, probeer ik mijn Engels op te smukken door gedichten van de ‘Mad Farmer’[1]  voor Augo voor te lezen. Geen poëzie omschrijft de schoonheid van het Nerbaskaanse platteland in de herfst. Onze schamele poging tot het poëtische omschrijven ervan ‘firework in the trees’, wordt gelukkig snel vergeten aangezien we bruusk moeten remmen om drie white taled deer te laten oversteken.

Grindwegen leiden ons tussen bruin geblakerde heuvels waar zwarte miniatuur koetjes grazen, met wat hooibalen aan de horizon en hier en daar een klein oud houten schuurtje. De droge maïsvelden zijn klaar om geoogst te worden. Af en toe weerkaatst de ondergaande zon op een graan silo.

De ‘skylo’ glanst niet maar reikt hoog boven de okergeel gekleurde cottonwood trees van Ross Brockleys’ land uit. Ze wordt gebruikt als logeerkamer (momenteel voor enkele vleermuizen) en een uitkijktoren voor UFO’s.

Met een laddertje dat meters boven de begane grond zweeft, is de skylo verbonden met de Barn, die in de linkerzijde over onze woonst ‘de studio’ beschikt. Augo en Ross stofzuigden twee dagen non-stop (of met een kleine bierpauze) om spinnenwebben, stof, muizenstrontjes, … tijdelijk te laten verdwijnen. Vanuit ons bed kijken we door de muggengaasdeur recht uit op de lower garden. Deze ziet er droog uit, maar het ligt niet aan de herfst want als je door de lower garden loopt hoor je het geruis van honderden wegspringende sprinkhanen om je heen. Zoals vele Nebraskaanse bio-boerderijen, had de farm dit jaar zwaar te kampen met een sprinkhanenplaag die ongenadig aan alle groenten knabbelt tot ze net niet meer geschikt zijn voor de markt. Een plaag waar permacultuur nog geen oplossing voor vond.

 De dag begint meestal met een bezoek aan het mobiele kippenhok. Een fantastisch staaltje permacultuur waar kippen de onwelgekomen insecten (helaas geen sprinkhanen) opeten. In ruil voor gratis voedsel scharrelen ze onkruid weg, eten ze onze voedselresten op en schenken ze ons de witste bio-eitjes. Helaas, treffen we af en toe een hoopje veertjes aan dat verwijst naar een weggeplukte kip door een red-tailed hawk.

Voor de laatste CSA (voedselteams) graven we met z’n drieën zoete aardappelen op uit Ross’ hugelkultures[2]: een waterhoudende, composterende heuvel gevuld met hout die erosie en droogte tegengaan en voor een rijkelijke oogst zorgen.

Op de achtgrond grazen de drie lama’s de laatste groene grasjes van tussen het pluizige koren. Drie vierden van Ross’ land en binnenkort ook mijn sokken is met prairiegras begroeid.

De lama’s waren de permanatuurlijke verdediging van geiten tegen coyotes, behalve spuwen kunnen lama’s behoorlijk hard schoppen.

Ik ben momenteel verantwoordelijk voor de defence (prikkeldraad losknippen en oprollen) voor het toekomstige gezelschap van de lama’s; de koeien.

Op verantwoordelijkheden na is er veel tijd voor kleine projecten zoals een bakstenen vloer in het houten outhouse (ons toilet dat bestaat uit een gat in een plank, maar voor uitstekende mest zorgt) aan te leggen. Een nieuwe deur timmeren om de kippen niet enkel van roofvogels maar ook van vossen te beschermen.

Overal op de boerderij word ik gevolgd door negen gezellige, kakelende kalkoenen. Ze eten smakelijk van onze helloweendecoratie, leggen drollen op Augo’s voorruit, snuisteren in ons huis, slapen op de porch en na een hete zweterige dag, nemen we samen een solarshower met zicht op de vijver en verwelkte zonnebloemen. Net als de varkens die we vorige week slachtten, zullen de kalkoenen er tegen Thanksgiving aan moeten geloven. Gelukkig en ontwetend scharrelen ze nu nog tussen de bloeiende hempplants.

Hennep is hier een ingevoerde plant die door de regering verboden wordt omdat het ooit een te grote concurrent van katoen was. Ross zaait en oogst ze graag als ‘kalmerend medicijn’.

De warme indian summer  dwingt ons in shorts en sandalen, tot de eerste vorst wordt voorspeld. Ik pluk snel de laatste ietwat gekleurde tomaten en probeer de overvloed om te zetten in bokalen zongekuste tomaten. Augo, Ross en Hogleg roken, met een pintje in de hand, de geslachte varkens.

Ross en zijn knappe vrouw Barb sluiten het oogstjaar steeds af met een heerlijk zelfbereid, biologisch feestmaal en een croquet toernooi. Na veel voorbereiding en oefening verliezen ik en vele anderen 5 dollar aan Augo die trots de medaille mag ontvangen en ze de komende dagen niet meer af doet.

’s Ochtends loeit het tornado-alarm ons wakker, het is een test want de warme dagen verdwijnen en hevige winden steken op. Ze worden aangesterkt door de grote open vlaktes van Nebraska. Barb en Ross glijden langzaam in hun winterslaap en spenderen weldoordacht de nacht in hun huis in de stad. Augo en ik hangen doeken voor ons muggenraam, zetten bokalen onder de lekken in onze schuur. Warm en veilig onder vier dekens horen we het geluid van donder en stortregen plaats maken voor gehuil van coyotes die de resten van het geroosterde varken komen zoeken. Het klinkt als een bende hysterische tienermeisjes die gillen voor een idool. Een uil tracht hun gehuil te overstemmen, maar enkel Mabel, de boerderijhond, slaagt erin de coyotes het zwijgen op te leggen. Het wordt een korte nacht, want vroeg in de ochtend krabbelt een wasbeer over ons dak en bij het eerste rozige zonlicht wekt het concert van honderden migrerende roodborsten ons uit een diepe slaap.

Met blos op de kaken en koude tenen laten we de gulzige kippen vrij op de verse regenwormen. Voor de voordeur vinden we wasbeer- en coyote afdrukken in het slijk, het slijk dat onze schoenen loodzwaar maakt.

Het lijkt alsof de winter is aangebroken. Ondertussen weet ik, dat het weer zo varieert dat ik binnen de dag mijn warme overalls mag inruilen voor een bikini.

De mistbanken verdwijnen en langzaam verschijnen verschillende tinten herfstblaadjes … ertussen, rustig palaverend wandelen Ross en Augo over de hugelkultures. De twee verpersoonlijkingen van Barry Wendells tegenreactie op de hedendaagse maatschappij. Ik deel de farm met twee Mad Farmers, en het is nog poëtischer dan zijn gedichten.

 

[1] Wendell B. (2008), The Mad Farmer Poems,

[2] https://www.youtube.com/watch?v=RYwZ36cF8io

�y�H����9i

October 11th, 2016

Vlugvlug

New York City Germs

October 11th, 2016

Airco’s blazen langs alle kanten en de dikke, snurkende dame in het stoeltje voor mij laat steeds haar stinkende hoofdkussen op mijn schoot vallen. Met veel geworstel, onaangename geurtjes en weinig woorden rukt ze het terug. De luchtdruk stijgt tijdens het dalen en de druk in mijn sinussen ook. Geland in JFK staat iedereen in elkaars persoonlijke bubbel te drummen om van het vliegtuig te kunnen en behalve de eerste minister, Charles Michel die naar een NAVo-top moet, moeten wij allemaal een halfuur wachten. Terwijl ik mijn gevoelige keel probeer in te duffelen tegen meer bacteriën, dwingt de border controle mij ze af te doen zodat ik mijn terroristenbaard niet kan verbergen.

Ondanks het enorme metronet, is het geen evidentie om van JFK tot in Brooklyn te geraken. Een klein treintje voert ons als geplet vee door buitenwijken van Brooklyn tot ‘Jamaica’ waar een nerveuze kaartjesknipper mij besprenkelt met een confetti van mijn eigen kaartje. Terwijl ik op de metro wacht vind ik geen plekje tussen de kauwgom op de grond om mijn valies neer te zetten. Ik word een beetje ongemakkelijk van de warme oliewalm vermengd met urine die geen uitweg uit de metrogangen vindt. Ondertussen doen de ratten zich te goed aan andere etensrestjes tussen de sporen.

Bovengronds baan ik mij een weg tussen plassen, half gevuld met vers regenwater, voor de andere helft gevuld met afvalresten. Met mijn valies op de rug probeer ik geen overrijpe bananen van de bodegastandjes of één van de vele haastige voetgangers te raken. Na twee en een half uur zeulen kom ik aan in Hannah McCrea’s appartement. Ze heeft het prachtig voorbereid met sleutels, wifi-wachtwoorden en 20 dollar voor mijn eerste Amerikaanse coffee en pizzaslice. Maar ik duik in de uitschuifbare zetel en slaap tot Hannah mij twee uur later in hoogsteigen persoon wekt.

Het weerzien is liefelijk, maar ik voel kroppen in mijn keel en snot in mijn neus en telkens ik een woord zeg schuurt het langs mijn strottenhoofd. Ik besluit mijn woorden beperkt te houden. We gaan naar een comedyshow met vrienden en ondanks de hilariteit dommel ik bijna in. Ik ben zo moe dat ik er tegenop zie om de metro te nemen, dus nemen we een taxi.

Helaas kunnen noch Hannah noch ik fluiten als Carry Bradshaw en worden we gepasseerd door vijf taxi’s. De zesde wordt afgesnoept door een koppel dat recht voor ons springt en Hannah sist nog: ‘You thiefs, that was our cap!’ ‘ Woops, since I live in New York I’ve gotten a little rude.’ excuseert ze zicht tegenover mij.

De ochtend erna is Hannah reeds naar court waar ze met hart en ziel wildplassende ‘criminelen’ uit de gevangenis probeert te houden. Ik hijs me met alle moeite van de wereld om 10AM (geen jetlag dus) uit haar comfortabele zetel. Mijn keel brandt en mijn thee verbrandt mijn tong. Ik ben wat duizelig en op het ritme van de reggaeton in Hannah’s Caribische wijk waggel ik richting een coffeeshop. Ik pers wat woorden tussen mijn ruwe stembanden en kan een heerlijk ontbijt verkrijgen. Maar na mijn brunch leer ik een nieuw woord: ‘hotflashes’. Ik waggel terug, en pauzeer bij elk vapeurke, koop wat anti-bacterie-drankjes in de Walgreens en kruip terug in bed. ’s Avonds gaat Hannah met haar collega’s voor de skyline van Manhattan soccer spelen. Ik ga mee supporteren, maar zonder stem, heeft het weinig succes en ze verliezen pijnlijk.

Mijn snot komt los, mijn keel doet minder zeer, mijn hotflashes zijn gepasseerd. Ik slaap nog tot 10u ’s ochtends, maar kan de dag doorgeraken zonder dutjes. ’s Avonds voel ik mij op en top terwijl we van op een rooftop in Williamsburg foto’s nemen van Manhattan. Helaas moet Hannah een monoloog voeren want ik sta op mute.

Na foto’s van de skyline besluit ik Manhattan te bezoeken en merk dat ik niet de enige ben die nog wat argwaan tegenover de metro’s heeft. Veel mensen houden de palen vast met papieren zakdoekjes. In Target, een gigantische nationale winkelketen, nemen de helft van de kassiersters enkel geld aan met plastieken handschoentjes.

In vergelijking met Manhattan lijkt de Caraïbische wijk van Hannah een bevolkingsdichtheid van het platteland te hebben. Ik worstel me als een kleine mier tussen de anderen en probeer diamanten-, weed- en Chinese horlogedealers van mij af te slaan. Enkel als er een grote oranje kegel met rookpluim in de straat opduikt of een dampkapgat op oorhoogte vers gebakken frituurolie in je gezicht blaast, dan stuiven de voetgangers uit elkaar.

Mijn hese stem maakt plaats voor flems en loogies en een vervelend droog hoestje. Hannah neemt me meer naar misdemeanors in Brooklyn Court. Terwijl de judge de ‘crimineel,’ die 5 mijl per uur sneller reed dan toegestaan, zwaar onder zijn voeten geeft onderbreek ik met een vreselijk storende hoestbui. Hannah geeft het teken even naar het toilet te gaan, waar de druppels van een dollarbiljet, dat een dakloze vrouw aan het drogen is, in mijn gezicht spatten. Terwijl ik een voorgangsters pisdruppels van de bril veeg wordt op mijn deur gebonkt ‘Mam, did you see a guy come in here? Can you open your door please?’ Drie agenten met brede schouders staan voor mijn deur en excuseren zich bij het zicht van een blank mager meisje.

Eens ik terug in de courtroom ben, ben ik mijn plaatsje tussen de public defenders kwijt en moet ik tussen de defendants gaan zitten. De enige plaats die geen verse kauwgom of gemorste koffie bevat is de plaats naast een stinkend oud mannetje dat zijn roes uitslaapt.

Samen nemen we de bus naar huis en de warme airco blaast de geur van urine in ons gezicht en niet veel later kakt de man achter ons in zijn broek. Ik begrijp plots waarom Hannah twee keer per dag douchet.

Zaterdag heeft Hannah vrij en haar beste vrienden voeren ons naar de Rockaways, het jaren vijftig strand waar Marilyn Monroe graag poseerde. Tussen de vlinders en de pleviertjes spreiden we onze stranddoeken. We spelen petanque en drinken een cavaatje. Pas als we een duikje in de witte golven nemen besef ik de geur van putjes. Het water stinkt verschrikkelijk en smaakt viezer dan de Noordzee. De dag daarna besef ik dat de grote inhoud van de New Yorkse riolen hoogstwaarschijnlijk hier gedumpt worden en bovenal, heb ik diarree.

Om 1u ’s nachts in de Nerwark luchthaven, hoest ik de vijf andere overnachters wakker. Om 4u ’s ochtends geeft een dakloze man, die zojuist zijn smoske dat hij uit de vuilbak gevist heeft en half over bank heeft uitgesmeerd, mij een parodie op mijn hoestaanvallen. Ik pak mijn spullen en bij het inchecken richting landelijk Nebraska denk ik, goed dat ik uit deze miljoenen microbenstad weg ben.

Maar ik meen het niet. Want ik apprecieerde de Good Morning  van de weedsmoorders om de hoek. En de rottende bananen waren snel vergeten met de verse meloenen ernaast. De dansende mensen in de straat werkten beter op je humeur dan koffie. Botanische tuinen en grote parken met bootjes en yoga zorgen voor een oase van rust tussen het drukke verkeer. Hannah, haar werk, avonturen en vrienden die New York een heel ander daglicht geven dan de stereotypen van de TV-series. De schaduw van de skyscrapers in Manhattan en de kleine waterfonteintjes langs Brooklynbridge park waren de ideale verfrissing voor een warme Amerikaanse Indian summer.

En zelf de metro brengt je naar elke uithoek van deze elfde grootste metropool op aarde. Als ik dan naar landelijk Nebraska vertrek, ben ik toch met verstomming geslagen door hoe geslaagd en toch ontzettend charmant deze gigantische stad is. Eens tussen de maïsvelden zal ik deze stad en Hannah McCrea nog enorm gaan missen.